Biobased bouwen – Terugblik op de lezing, 18 juni 2026

Opmerking vooraf: We plannen een fietstocht als vervolg op deze lezing! Houd hiervoor onze nieuwsberichten en agenda in de gaten.

Tijdens deze avond gingen we dieper in op de kansen, uitdagingen en praktijkvoorbeelden van biobased bouwen. Te gast waren Ron Oorschot van TNO, architect Brim Vermeulen van Bureau Kroner Architecten, architect Amy Stuik van Urban Climate Architects en Huda Kalsbeek, architect bij de gemeente Zoetermeer.

Wat betekent Biobased?

Biobased bouwen staat volop in de belangstelling. Het is een manier van bouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare materialen zoals hout, hennep of stro, materialen die volledig kunnen teruggroeien en tijdens hun levenscyclus minder CO₂ uitstoten dan traditionele bouwmaterialen. Hout is het meest gebruikte materiaal. De architectuurwereld omarmt deze ontwikkeling steeds meer: zo werden bij de Rotterdam Architectuurprijs recent ook biobased projecten bekroond, waaronder het houten woongebouw SAWA.

Er zijn inmiddels een aantal iconische gebouwen vertelde Ron Oorschot, TNO:  het hoogste Europese houten gebouw, Mjørstårnet (zelfs de liftschacht is van hout) staat vlakbij Oslo en is 85 meter hoog. Nederlandse iconische houtgebouwen zijn naast SAWA in Rotterdam ook HAUT in Amsterdam en Monarch IV in Den Haag. 

Gestapelde woningbouw is in tijden van woningtekort belangrijk. Hier bestaan ook al mooie voorbeelden zoals SWITI in Amsterdam of Pasteur in Haarlem.

Overzicht van systemen en materialen

Amy Stuik gaf een helder overzicht van de belangrijkste houtbouwsystemen:

Houten bouwsystemen. Bron: Presentatie Urban Climate Architects
  • HSB – Houtskeletbouw: Licht, snel, flexibel.
  • CLT – Cross Laminated Timber:  Voor vloeren en wanden; vervangt vaak betonnen vloeren. Tegenwoordig wordt voor CLT-platen meestal vurenhout gebruikt; soms wordt ook een andere toplaag toegepast voor een ander uiterlijk.
  • GLT / Glulam – Gelamineerd hout: Voor balken en kolommen; hoge sterkte.
  • 3D‑modules: Volledig fabrieksklare woonelementen.

Daarnaast bestaan veel biobased materialen voor isolatie, binnenwanden en gevelbekleding, denk aan houtvezels, vlas, stro, rijstvlies of (ander) biocomposiet.

Biobased materialen. Bron: Presentatie Urban Climate Architects

Momenteel komen veel nieuwe biobased materialen op de markt, maar certificering en testen lopen achter. Dat maakt de toepassing van deze materialen soms lastig.

Voordelen en aandachtspunten van biobased bouwen 

Hier waren het alle sprekers op deze avond mee eens. Een samenvatting op hoofdlijnen:

Voordelen naast duurzaamheid, CO₂ besparing zijn: 

  • Een aangenaam binnenklimaat en een warmere uitstraling.
  • Tijdwinst door prefabricage: Amy benadrukt dat Biobased bouwen weliswaar meer denkwerk  vraagt aan de voorkant van een project. Alles moet immers precies worden uitgewerkt. Uitsparingen voor elektra bijvoorbeeld worden al in de fabriek op de millimeter precies uitgefreesd in de prefabelementen. Deze extra tijd wordt echter ruimschoots terugverdiend op de bouwplaats, waar kant-en-klare elementen snel en schoon worden gemonteerd.
  • Een schone, droge bouwplaats, minder zware machines, en ook daardoor een lagere milieubelasting.

Aandachtspunten zijn: 

  • Er komen momenteel veel nieuwe biobased materialen op de markt, maar certificering en testen lopen achter. Dat maakt toepassing soms lastig.
  • Regelgeving is soms nog niet actueel. Nederlandse regelgeving loopt nog wat achter, de Europese wetgeving is nog niet volledig geïmplementeerd. 
  • Brandveiligheid: In 2023 is een nieuwe NTA (Nederlandse Technische Afspraak) opgesteld voor de brandveiligheid van houtbouw. Uiteindelijk moet houtbouw aan dezelfde eisen voldoen als alle andere traditionele manieren van bouwen.
  • Vocht: Vooral tijdens de bouw is het cruciaal om de houten onderdelen zo goed mogelijk te beschermen tegen vocht. Sommige prefab fabrieken werken daarom met folies om panelen te beschermen. Dit kan echter ook averechts werken als water onder de folie terechtkomt. Na oplevering is hoedanook een goede ventilatie belangrijk. De begane grond en uiteraard de fundering zijn meestal nog niet van hout vanwege optrekkend vocht.
  • Afwerking van hout verdient extra aandacht. Onderhoud is sterk afhankelijk van de houtsoort en de afwerking.
  • Ook de akoestiek binnen een gebouw, geluidsoverdracht tussen woningen onderling is een belangrijk aandachtspunt bij meerlaagse houtbouw.
  • Kennis en kennisdeling. Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden. Ron Oorschot benadrukte dat dit niet nodig is: er is inmiddels veel kennis beschikbaar, onder andere via handboeken en TNO-onderzoek. Houtbouw is een risico dat je inmiddels kunt nemen, mits je werkt met ervaren architecten en bouwers.
  • Toch soms nog wat hogere kosten
  • Soms gebrek aan ambitie bij opdrachtgevers

Biobased bouwen als noodzaak, niet als optie

Ron Oorschot, Business Developer Houtbouw, Biobased en BioBuilt bij TNO gaf een indringende blik op de maatschappelijke noodzaak van biobased bouwen. Zijn team bestaat uit ongeveer 25 onderzoekers die zich bezighouden met materiaalonderzoek, constructieve testen, industrialisatie en opschaling. TNO werkt nauw samen met architecten en bouwers, waaronder Urban Climate Architects, en test biobased materialen in Zoetermeer.

Ron Oorschot van TNO doet onderzoek naar biobased materialen.

Ron liet een intrigerende grafiek zien over het gebruik van hout door de eeuwen heen: door industrialisatie daalde het aandeel houtbouw drastisch, maar nu stijgt het weer. Volgens hem moet dat geen tijdelijke trend zijn, maar een structurele omslag.

  • De bouwsector is immers een van de grootste uitstoters van CO₂.
  • Het CO₂‑budget tot 2050 is in feite al opgebruikt.
  • Slechts rond de 10% van de toekomstige materiaalvraag kan worden gedekt door vrijkomend materiaal uit bestaande gebouwen.
  • De CO₂‑problematiek wordt veel urgenter dan de huidige stikstofcrisis.
  • TNO verwacht dat uiterlijk binnen 10 jaar streng gestuurd zal worden op CO₂‑uitstoot.

Daarom investeert TNO nu al zwaar in kennisopbouw. Ook de Kaderrichtlijn Water dwingt tot verandering: de kwaliteit van oppervlaktewater moet verbeteren, wat gevolgen heeft voor materiaalkeuzes en bouwmethoden.

Houtgebruik door de tijd heen. Bron: Presentatie Ron Oorschot, TNO

Houtbouw: van traditie naar high‑tech


Nederland kent een lange traditie van houtsysteembouw (HSB) en gebruikt houten kozijnen, ramen en deuren. Hout wordt nu steeds vaker ingezet als constructief materiaal, met ‘engineered wood products’ zoals CLT en GLT — in het buitenland al veel langer gemeengoed.

Als biobased bouwen verder groeit, ontstaat mogelijk een toekomstig houttekort. Daarom onderzoekt TNO ook andere biobased materialen, zoals hennep, olifantengras en lisdodde. Per hectare leveren deze gewassen zelfs meer biobased bouwmateriaal op dan bosaanplant.

Daarnaast werkt TNO binnen het overheidsprogramma Building Balance – Van land tot pand, aan een optimalisering van de bouwstromen van boer tot bouwplaats. In Zoetermeer worden vooral bouwproducten getest.

Ron stelde de terechte vraag: Is het nodig en om landbouwgrond in te zetten voor bouwmaterialen?  

TNO kiest liever voor reststromen, zoals paprikastengels (die veel sterker blijken dan tomatenstengels) en snoeihout. Paprikastengels lijken qua structuur verrassend veel op hout. TNO maakt hiermee inmiddels bouwplaten van 3 × 1,5 meter.

Reststromen als bouwmaterialen. Bron: Presentatie TNO

Ook wordt er gekeken naar hergebruik van hout in Zoetermeer. Nederland produceert jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen m³ resthout. Hiervan wordt 90 % verbrand voor energie. TNO schat dat 20 % volwaardig herbruikbaar hout is. In Zoetermeer onderzoekt TNO hoe dit hout opnieuw kan worden ingezet:

De inzet van pallethout blijkt veelbelovend. Samen met Urban Climate Architects maakte TNO het eerste C-CLT‑paneel van pallethout. Obstakel is metaal (spijkers) dat in resthout nog verwerkt zit. Innovatieve scanners verwijderen metaal uit resthout

CLT‑elementen kunnen in Zoetermeer op de schaal van 8 × 3 meter worden gemaakt en als bouwpakket geleverd worden. TNO is echter geen producent, maar een onderzoeksinstituut. 

De allerbeste oplossing: minder nieuwbouw

De meest duurzame keuze is uiteraard het transformeren of aanpassen van bestaande gebouwen. Nieuwbouw is pas de laatste stap wat Ron betreft. Biobased materialen zijn essentieel, maar het allerbelangrijkste is het verminderen van materiaalvraag.

Soms moet de opdrachtgever nog worden overtuigd

Brim Vermeulen is architect bij Bureau Kroner, een bureau dat zich inzet voor duurzame, toekomstbestendige architectuur. Kroner werkt aan projecten waarin meerwaarde voor bewoners, stad en omgeving centraal staat, met veel expertise in binnenstedelijke opgaven, participatie, transformatie, natuurlijke materialen en ontwerpen voor specifieke doelgroepen zoals mensen met dementie.

Brim Vermeulen van Bureau Kroner licht toe welke afwegingen architecten en opdrachtgevers maken.

De fraaie houten draagconstrucie van Bever in Pijnacker. Bron: Presentatie Bureau Kroner

Brim stelde met name drie projecten van Bureau Kroner voor.

Hof van Boedijn, Den Haag  is een kleine, duurzame inbreiding met vijf woningen binnen een bestaand bouwblok. Hier wordt gewerkt met kalkhennep en CLT (cross‑laminated timber), materialen die zorgen voor een gezond binnenklimaat en een lage milieu-impact.

Hof van Bedijn. Bron: Buerau Kroner

Nieuw Boekhout‑Voorhorst  is een appartementengebouw met veertig sociale huurwoningen. Voor de betrokken woningcorporatie was dit het eerste houten woongebouw. Sommige onderdelen, zoals de balkons en de betonnen kern, zijn bewust níet biobased uitgevoerd vanwege haalbaarheid en kosten. Het laat zien dat hybride bouwen soms nog de meest realistische route is.Het project fungeerde als pilot: om in aanmerking te komen voor subsidies moest alles nauwkeurig worden doorgerekend en opgemeten.

Hoofdkantoor Bever, Pijnacker  is een combinatie van een grote distributiehal en een kantoor dat zoveel mogelijk in het groen is geplaatst. Het ontwerp biedt veel daglicht, een besloten binnentuin en een prettige werkomgeving. De fraaie dragende constructie is bewust zichtbaar gehouden en bestaat uit gelamineerd hout, toegepast in stabiele driehoeken.

Hoofdkantoor van de Bever in Pijnacker. Bron: Presentatie Bureau Kroner

Kansen en knelpunten

Volgens Brim groeit de aandacht voor biobased bouwen snel, maar is het nog geen vanzelfsprekende keuze. Er bestaan nog steeds vooroordelen, bijvoorbeeld over brandveiligheid. Daarnaast spelen soms een gebrek aan ambitie bij opdrachtgevers, soms vermeende hogere kosten of regelgeving een remmende rol. Toch laten de projecten van Bureau Kroner zien dat biobased bouwen haalbaar, schaalbaar en inspirerend kan zijn.

Biobased als nieuwe standaard

Amy Stuik van Urban Climate Architects (UCA) – met vestigingen in Delft en Groningen – liet zien hoe het bureau in korte tijd is uitgegroeid tot een van de meest vooruitstrevende houtbouw‑architecten van Nederland. UCA bouwt tegenwoordig bijna uitsluitend biobased, tenzij een technisch vraagstuk een andere materiaalkeuze noodzakelijk maakt. Het bureau werkt aan transformatie, renovatie, nieuwbouw én doet actief onderzoek naar biobased materialen.

Amy Stuik van Urban Climate Architects geeft belangrijke inzichten over biobased bouwen.

De ambitie is het om een positieve impact te maken op de bouwsector, een forse CO₂‑reductie te bewerkstelligen en biobased bouwen toegankelijk te maken voor alle segmenten van de woningmarkt. 

Van optoppen naar grootschalige houtbouw

UCA begon met optop-projecten in binnenstedelijke gebieden. Door het lage gewicht van hout kom je bij optoppen al snel uit op houtskeletbouw (HSB) en prefab bouwdelen – een natuurlijke stap richting biobased bouwen.

Met de groei van het bureau groeide ook de schaal van de projecten. Een paar jaar geleden maakte UCA de bewuste keuze voortaan zo veel mogelijk biobased te bouwen, met hout als belangrijkste materiaal, aangevuld met andere biobased innovaties.

De documentaire VPRO Tegenlicht (2019) speelde een belangrijke rol in de bredere doorbraak van houtbouw en gaf ook UCA extra momentum.

Tijdlijn houten woongebouwen in Nederland. De rode pijl laat 2019 zien, de uitzending van VPRO programma Tegenlicht over houtbouw. Bron: Presentatie UCA

Een belangrijk leerproject was het pilotproject aan de Molslaan in Delft: starterswoningen als optopping. UCA leerde hier veel over detaillering, prefabricatie en logistiek.

Projecten van UCA zijn bijvoorbeeld

  • Knoest in Pijnacker (oplevering eind 2025) Hier is met name met CLT gewerkt.
Op een schone bouwplaats kunnen CLT elementen worden samengevoegd. Project De Knoest, UCA. Bron: Presentatie UCA
  • De kleine wooneenheden/studio’s voor het Leger des Heils, Rotterdam waren een project met een zeer beperkt budget, daarom is het ‘slank’ ontworpen. Het gebouw bestaat volledig uit hout en heeft drie bouwlagen. Het hout kwam uit Scandinavië en Oostenrijk.
  • The Urban Woods, Delft (oplevering juni 2026) Behalve de fundering is er bij dit project geen beton toegepast. Urban Woods heeft een open concept, er is voornamelijk gewerkt met kolommen en balken in plaats van vaststaande wanden. Dit zorgt voor flexibele plattegronden en toekomstbestendigheid, denk aan een veranderende functie of veranderende behoeften van bewoners. De stabiliteit is opgelost met grote houten diagonalen in de gevel. Ook is er veel aandacht besteed aan natuurinclusieve elementen zoals kleine bomen op balkons en daktuin. De bakken voor deze bomen en andere beplanting en de nestkasten aan het gebouw zijn speciaal ontworpen. De ruimte op een dak is schaars, de techniek van het gebouw, een plek voor bewoners, zonnecellen, groen, alles wil op een dak ondergebracht zijn. Daarom zijn bij Urban Woods zonnecellen ook geïntegreerd in de balustrade.
Project Urban Woods, Delft, bron: Presentatie UCA

UCA werkt ook aan transformaties van gebouwen zoals bij het project Weegbreestraat in Bergen op Zoom. Hier zijn naar woningen getransformeerd,de bergingen werden geïsoleerd en kregen een biobased gevelbekleding.

UCA werkt ook aan kennisontwikkeling:

  • samen met Built by Nature publiceerde het bureau het gratis downloadbare Handboek Houtbouw in Detail
  • samen met Building Balance verzorgt UCA trainingsdagen voor architecten
  • UCA wil graag ook meer circulair CLT (C‑CLT) toepassen, gemaakt van afvalhout; de eerste panelen zijn ism TNO toegepast in het project Urban Woods.
Handboek Houtbouw in Detail. Bron: Presentatie UCA

Circulariteit en biobased bouwen binnen Zoetermeer

Huda Kalsbeek, architect bij het vastgoedbedrijf van de gemeente Zoetermeer, onderstreepte tijdens de avond de conclusies van de eerdere sprekers. Het vastgoedbedrijf beheert ongeveer 200 gemeentelijke panden — geen woningen, maar gebouwen voor cultuur, sport, onderwijs en ambtelijke huisvesting. Binnen deze portefeuille wordt al jarenlang gewerkt aan verduurzaming.

Huda Kalsbeek van gemeente Zoetermeer vertelt over de eerste biobased projecten in Zoetermeer.

Zoetermeer heeft al een traditie in gedeeltelijk hergebruik van bouwmaterialen. Bij de sloop van een schoolgebouw werden bijvoorbeeld kozijnen voor andere panden gedoneerd. Samen met de gemeenten Westland en Delft werkte de gemeente aan een regionale marktplaats voor gebouwonderdelen, zodat materialen uit sloopprojecten opnieuw konden worden ingezet. Dat initiatief is uiteindelijk spaak gelopen, maar de ambitie blijft bestaan.

In 2024 ontwikkelde de gemeente circulaire werkcabines voor ambtenaren — een voorbeeld van hoe ook kleinere ingrepen kunnen bijdragen aan een duurzamere werkomgeving.

Het eerste volledig biobased gebouw: Het nieuwe Westpunt in het Westerpark, Meerzicht

Het eerste volledig biobased gebouw van de gemeente is Westpunt, een nieuw trefpunt voor natuurliefhebbers in het Westerpark. Het wordt in de zomer van 2026 opgeleverd.

Het nieuwe Westpunt heeft een houten draagconstructie en stro als isolatiemateriaal. Bovendien is het volledig demontabel gebouwd met herbruikbare materialen, zoals stenen uit de binnenstad en een gevel uit kliksteen zonder lijm, zodat onderdelen eenvoudig kunnen worden teruggebouwd.

Het is een relatief klein gebouw, maar Huda vindt dit een belangrijk begin: een concreet voorbeeld dat biobased bouwen ook binnen gemeentelijke projecten haalbaar is.

De grootste uitdagingen voor de gemeente liggen in:

  • budget
  • tijd
  • personele capaciteit

Biobased en circulair bouwen vraagt meer voorbereiding, nauwkeurige materiaalregistratie en intensieve samenwerking met aannemers. De gemeente is daarbij afhankelijk van ervaringen van andere partijen, welwillende bouwbedrijven en gecertificeerde materialen.

De ambitie is om de lijn van Westpunt door te zetten naar grotere bouwopgaven. Zoetermeer wil biobased en circulair bouwen verder integreren in haar vastgoedstrategie, maar doet dat stap voor stap, met realisme én vasthoudendheid.

Het nieuwe Westpunt, Zoetermeer, bron: presentatie Huda Kalsbeek

Voor wie de lezing via Youtube tot zich wil nemen, klik hier onder:

Tekst en fotos tijdens lezing: ArchitectuurPunt Zoetermeer


Share your thoughts